De eerste grondwaarde: VOEL 


Door samen te spelen, leren kinderen omgaan met elkaar. Via kringgesprekken, toneeltjes, een herstelgesprek, …  leren we kinderen om hun eigen grenzen aan te geven en om verbindend met verschillen en conflicten om te gaan. We leren kinderen omgaan met gevoelens en gedrag, zodat ze een aangepaste woordenschat opbouwen om er open over te spreken.  We observeren en bevragen hoe kinderen zich voelen en sturen voortdurend bij zodat ieder kind zich ten volle kan ontplooien op geestelijk, lichamelijk en sociaal vlak. 

Enkele concrete acties in de klassen


Welbevinden en betrokkenheid:

De kleuters  geven we de kans om zichzelf te zijn en anderen met respect te behandelen.
Steeds opnieuw nemen we tijd om met kinderen in dialoog te gaan, dit om het welzijn van elk individu te verhogen en steeds kansen aan te reiken om zichzelf te ontplooien en zich veilig te voelen. Iedereen is uniek.

In de lagere school  nemen we twee keer per jaar (oktober en februari) een enquête af over het welbevinden van de kinderen in de klas en op de speelplaats. We nemen de resultaten mee in onze klaswerking en zorgen voor opvolging indien nodig.

Conflicten:

Tot het tweede leerjaar werken we met het stappenplan: Stop hou er mee op! Wat is het probleem? Hoe lossen we het probleem op? Hoe maken we het weer goed?
Vanaf het derde leerjaar stimuleren we kinderen om hun conflicten uit te praten met elkaar, we herbekijken conflictsituaties en leren ik-boodschappen te formuleren.

Kringgesprekken:

In de kleuterschool  beginnen we elke dag met een kringgesprek waarin kinderen de kans krijgen om hun verhaal te doen. Er wordt geschetst hoe het dagverloop zal zijn waardoor kinderen meer structuur krijgen.
In de lagere school  worden er geregeld kringgesprekken gedaan rond gevoelens. Dat kan aan de hand van concrete situaties op de speelplaats, in de klas, thuis, bij familie, … of opgelegde thema’s (bv. Verliefd, Valentijn, … )