Aard van de school

De Andreas Vesaliusschool is een gemeentelijke school voor gewoon onderwijs, voor jongens en meisjes van 2,5 jaar tot en met het zesde leerjaar.

Het beleid wordt uitgevoerd door het schoolbestuur, dat is de gemeenteraad van Edegem. Het gemeentebestuur stelt de middelen ter beschikking, geeft de ruimte om het pedagogisch project te verwezenlijken.

De directeur is het diensthoofd in de school. Hij coördineert en organiseert het dagelijkse leven in de school en heeft een beleidsondersteuner als rechterhand.

Visie op het kind in de school

Identiteit

Elk kind is een volwaardig mens met een eigen identiteit, eigen interesses, eigen gevoelens, eigen capaciteiten, eigen tekorten.

Wij willen dat de kinderen zich, vanaf het eerste contact met de school, welkom voelen en dat ze zich tijdens hun schoolloopbaan thuisvoelen. Wij willen elk kind aanvaarden zoals het is en het accent leggen op zijn specifieke capaciteiten.

De school helpt de kinderen een zicht te krijgen op hun mogelijkheden en op hun zwakke zijden en begeleidt hen bij het verder ontwikkelen van hun positieve begaafdheden en het verbeteren van de minder ontwikkelde competenties. De leraar uit dit door uitdrukkelijk aandacht te hebben voor de interesses en gevoelens van kinderen.

Elk kind ontwikkelt zich voortdurend volgens een eigen, soms wisselend, ritme.

Vertrouwen

Ontwikkeling van kinderen en hun persoonlijkheid is enkel mogelijk in een rechtvaardige sociale context, waarin waardering en vertrouwen de parameters zijn.

Vertrouwen krijgt een grotere kans als kinderen zich betrokken voelen en als de leraar hen laat aanvoelen dat hij in hen gelooft en hen vertrouwt.
Door sociale vaardigheden expliciet aan de orde te stellen, leert het kind een beeld te krijgen van zichzelf en van de anderen, en zijn gedrag en handelen te sturen en aan te passen.

Om het welbevinden en de betrokkenheid van het kind te bevorderen en om hen te motiveren zorgen wij voor:

  • een goede interactie
  • boeiend en afwisselend onderwijs
  • ontspannende breekmomenten
  • redelijkheid in de eisen

Alle kinderen krijgen gelijke kansen om hun mogelijkheden zo goed mogelijk tot ontwikkeling te laten komen en om op hun niveau het maximale rendement uit hun onderwijs te halen.
De leraar zal steeds trachten de nadruk te leggen op het positieve en van daaruit werken aan het bijsturen van de negatieve aspecten.

Harmonische ontwikkeling

Kinderen ontwikkelen zich binnen niet strikt te scheiden domeinen die mekaar onderling beïnvloeden: het fysische vlak, het motorische, het cognitieve, het sociale, het affectieve, het culturele, het vlak van de zingeving.

Kinderen gaan naar school om te leren. Een kind kan maar leren als het zich aangesproken voelt door het klimaat van de school en door de persoon van de leraar.

Elk kind heeft behoefte aan kennis opdoen, aan dingen begrijpen, aan iets kunnen, aan werkwijzen om kennis en vaardigheden te verwerven. Maar evenzeer aan warmte, affectie en genegenheid.

Onderwijs is niet alleen overdracht van kennis. Het is eerder een ontdekkingstocht in de omringende wereld, waar zoveel wonderlijks en zinvols te ontdekken is.

Het is een kunst voor elk kind dat innerlijk dat innerlijk evenwicht na te streven. Het is een kunst voor de leraar om uit elk kind het maximum te halen, het is een kunst om in te schatten in welke mate voor elk kind de eisen haalbaar blijven opdat het toch nog succeservaring zou beleven.

Zelfverantwoordelijkheid

Ontwikkeling is gericht op een actief participeren in de maatschappij van vandaag en morgen op een zelfverantwoordelijke wijze.
De school moet kinderen daartoe de middelen aanleren.
Het onderwijs zal zeker eigentijds zijn en vertrekkend vanuit de leefwereld van het kind, gericht zijn op de ruimere maatschappelijke werkelijkheid.

Kinderen maatschappijvaardig maken houdt in:

  • kennis van die maatschappij
  • standpunten leren innemen
  • opkomen voor zichzelf en de anderen
  • kritische zin

Kinderen leren verantwoordelijkheid dragen, initiatieven nemen, inspraak hebben, problemen aanpakken, organiseren, zelfvertrouwen winnen en bewust werken aan een passende werkhouding.

De Andreas Vesaliusschool laat werkhouding uitdrukkelijk aan bod komen.

Van leiding naar zelfsturing

De volwassen begeleider motiveert kinderen om de eigen ontwikkeling in handen te nemen, maar trekt toch de nodige grenzen opdat elk kind zich veilig zou blijven voelen.

Leren en ontwikkeling van de persoonlijkheid verlopen nu eenmaal in fases. Leren en ontwikkeling van vaardigheden zijn een proces dat loopt van nadoen, over coaching naar volledig op eigen verantwoordelijkheid handelen. Anderzijds hebben kinderen absoluut behoefte aan duidelijkheid, houvast, continuïteit en zekerheid. De leraar is voor hen een ervaren en veilige gids.

Het kind centraal

Binnen onze school willen we kinderen centraal stellen: bij elke beleidsbeslissing wordt de ontwikkeling van kinderen voor ogen gehouden.

De kinderen zijn de eerste betrokkenen. Het zijn de kinderen die de school bevolken, het zijn de kinderen die onderwezen worden, het zijn de kinderen die geleid worden naar volwassenheid. Het is vanzelfsprekend dat we bij alles wat georganiseerd wordt, uitgaan van het kind en op het kind gericht zijn.

De school, en vooral de klas, kan een beetje het verlengde zijn van thuis. Met een leraar die dicht bij de kinderen staat, die laat voelen dat hij om hen geeft, die hen geborgenheid geeft, hen waardeert, geruststelt en helpt, bij wie kinderen altijd en voor alles terecht kunnen.

Regels en voorschriften kunnen voor kinderen zeer goed aanvaardbaarworden als ze logisch en functioneel zijn.

Kindgerichtheid heeft uiteraard ook iets te maken met de onderwijsaanpak. Onderwijs dat uitgaat van de leefwereld van het kind, dat door de leerlingen als zinvol en haalbaar wordt ervaren, dat hulp biedt aan kinderen met problemen, dat ook de meerbegaafde kinderen kan boeien, dat verloopt in een prettig ingericht lokaal, dat afwisselend is, waarbij kinderen mogen samenwerken, mag terecht de kwalificatie 'kindgericht' meedragen.

Ook deze regels worden wel eens overtreden, zodat een correctie nodig is.
Eventuele sancties zullen de kinderen dan ook niet krenken in hun waardigheid en niet vernederend zijn. Ze zullen in verhouding tot en in verband staan met de overtreding.