Onze taak

De specifieke en eerste taak van de school is onderwijzen. De belangrijkste opdracht is de totale persoonlijkheid van het kind vormen.

Onderwijzen is kinderen kennis meegeven. Aan de hand van wat zij leren, ontwikkelen ze vaardigheden (iets kunnen) en inzichten (iets begrijpen). Het onderwijs is er op gericht dat kinderen een voldoende basisvorming meekrijgen om te kunnen aansluiten in het vervolgonderwijs en dat ze doeltreffende studie- en werkgewoonten aangereikt krijgen. Daarboven streven wij ernaar dat kinderen als individu en als sociaal wezen volwaardig en gepast kunnen deelnemen aan de samenleving.

De Andreas Vesaliusschool verstrekt gewoon onderwijs voor kinderen die de verstandelijke, karakteriële en fysieke begaafdheden hebben om het gewone lagere onderwijs te volgen. Binnen het project inclusie is er ook plaats voor maximaal drie kinderen met een motorische of een lichte mentale handicap.

Weekrooster

In het weekrooster van de Andreas Vesaliusschool zijn er per week 28 lestijden, die op onderstaande wijze verdeeld zijn:

  • 6 lestijden Nederlandse taal
  • 5 lestijden wiskunde
  • 5 lestijden wereldoriëntatie
  • 3 lestijden muzische vorming;
  • 2 lestijden lichamelijke opvoeding;
  • 2 lestijden godsdienst of zedenleer;
  • 1ste tot 4de leerjaar: 5 lestijden door de leerkracht te bepalen;
  • 2,5 lestijden Frans (5de en 6de leerjaar);
  • 5de en 6de leerjaar: 2,5 lestijden door de leerkracht te bepalen

Zorgbreed onderwijs: gelijke onderwijskansen

De school wil een grote draagkracht tonen om zoveel mogelijk minderbegaafde leerlingen een kans te geven en kiest daarom voor een zorgbrede aanpak.

Zorgbreedte houdt in dat alle kinderen dezelfde elementaire kennissen en vaardigheden onderwezen wordt, maar dat er daarnaast hulp is voor kinderen met leermoeilijkheden en dat kinderen met leervoorsprong extra opdrachten op hun niveau krijgen.

Elementaire kennis en vaardigheden zijn die leerinhouden die minimaal nodig zijn om de leerlijn doorheen de school te kunnen volgen.
Als extra hulp vermelden we:

  • de zorgcoördinator zowel bij kleuters als lagere school
  • de zorgleraar mee in de klas
  • inhaallessen
  • begeleide studie

Kinderen die gemakkelijker en vlugger leren, kunnen ofwel de anderen helpen of krijgen verdiepende en verrijkende keuzetaken binnen het kangoeroeproject.

De Andreas Vesaliusschool vindt differentiatie erg belangrijk, omdat ieder kind op zijn niveau moet kunnen werken. Enerzijds moet de school vermijden dat kinderen ontmoedigd geraken door voortdurend taken te moeten verwerken die ze niet aankunnen en anderzijds moet het onderwijs uitdagingen blijven inhouden.

Evaluaties

Evaluatie betekent waardebepaling. Evaluatie is noodzakelijk om het rendement van het onderwijs na te gaan en om vast te stellen wat elk kind meedraagt. De Andreas Vesaliusschool staat een evaluatie voor die veelzijdig is, regelmatig en gespreid, om van de competentie van kinderen een zo realistisch mogelijk beeld te krijgen. Het gaat over leerinhouden, vaardigheden én attitudes.

Van elk kind worden een aantal resultaten van de evaluatie doorheen de verschillende leerjaren genoteerd in een volgsysteem, zodat het schoolteam een overzichtelijk beeld krijgt van hun schoolloopbaan.

Het is belangrijk dat van elk kind geweten is welke kennis, vaardigheden, inzichten en attitudes het verworven heeft en hoe zijn bekwaamheid zich verhoudt tot de hele groep. Naar de kinderen toe is de vergelijking van hun prestaties met andere kinderen niet relevant.

Beoordelen voegt een waardering toe aan resultaten. Deze waardering kan kwantitatief zijn door punten te geven of kwalitatief door de balans te maken tussen wat een kind wel en niet kent of kan.

Evalueren kan slaan op wat iemand gepresteerd heeft (product) of op de wijze waarop iemand een taak aanpakt en tot resultaat komt (proces). Evaluatie kan verkregen worden door kinderen te overhoren (toetsen) of door naar het (leer)gedrag van kinderen te kijken (observatie).

De Andreas Vesaliusschool organiseert geen examens. Voor de leerlingen van het zesde leerjaar wordt daarop een uitzondering gemaakt. Zij nemen deel aan de centrale eindtoetsen van OVSG. Dankzij deze toetsen bewaken wij het schoolniveau ten opzichte van een zeer grote groep lagere scholen, verspreid over gans Vlaanderen.

Attitudes

Goed onderwijs streeft sterk naar attitudevorming. Dingen weten en dingen kunnen is uiteraard prettig. Maar kennen en kunnen zijn vluchtig als het inzicht ontbreekt. Onderwijs rendeert het beste wanneer er iets van overblijft, wanneer kennis en vaardigheden een overkoepelende waarde hebben. Kennis en vaardigheden toepassen is dan ook gebonden aan passende werkwijzen en aan efficiënte werkhouding. Wie die verworven heeft, kan ze gebruiken in verschillende omstandigheden.

Als kinderen zo ver zijn dat zij spontaan, bewust en uit zichzelf een bepaald passend gedrag gaan vertonen, kan men van een attitude spreken.

Pluralisme

Wij willen kinderen opvoeden in een pluralistische geest. Dit betekent:

  • een harmonisch samengaan van verschillende levensopvattingen
  • respect voor mensen met andere overtuigingen en de uitingen daarvan
  • het recht om voor zijn levensopvatting op te komen, ervan te getuigen en ernaar te handelen
  • vanuit de waardering voor de eigen cultuur, openstaan voor andere culturen

Partijpolitieke en sociaal onaanvaardbare uitingen zijn daar niet in begrepen.

De keuze van levensovertuiging is geen criterium voor de klasvorming, zodat de samenstelling zo pluralistisch mogelijk is.

Harmonie

In onderwijs en opvoeding komen cognitieve, dynamisch-affectieve en psychomotorische aspecten gelijkwaardig aan de orde.

Mensen, en dus ook kinderen, zijn wezens met veelzijdige vermogens; ze kunnen denken, ze kunnen dingen onthouden, ze hebben meningen en gevoelens, ze kunnen heel hun lichaam bewegen, zijn kunnen zich uiten op verbale en niet-verbale wijze, zij leven in een gezin en hebben andere sociale contacten, zij hebben een geweten, zij krijgen een levensopvatting mee, zij hebben voorkeuren en dingen die hen niet liggen. Kortom elke mens heeft een unieke persoonlijkheid. Ook kinderen hebben dus evenveel uiteenlopende behoeften. Wanneer aan al die behoeften min of meer, en gelijktijdig, voldaan is, voelt men zich goed. Dan is er evenwicht en harmonie. In onderwijs en opvoeding zal de leraar zich daar goed van bewust zijn en ervoor zorgen dat zoveel mogelijk capaciteiten worden aangesproken, dat er voldoende variatie in het aanbod aanwezig is, dat kinderen op verschillende wijzen kunnen leren, dat de persoon van een kind niet kan opgedeeld worden in een verstandelijke, een emotionele en een sociale sector.

Normen en waarden

In elke gemeenschap, dus ook in een schoolse samenleving, zijn normen nodig voor het samenleven. Ze steunen op onderliggende waarden, die zowel slaan op onderwijs als op opvoeding.

Wij willen deze waarden niet alleen verkondigen, maar ze vooral voorleven. Hieronder sommen we een aantal attitude-getinte waarden op die we essentieel vinden.

In onze aanpak willen we doelbewust nastreven dat kinderen leren:

  • nauwgezet en nauwkeurig te werken
  • een inspanning vol te houden 
  • eigen kwaliteiten en tekorten te kennen 
  • planningsgedrag te hebben 
  • eigen prestaties te evalueren 
  • kritisch te zijn 
  • mondig en assertief te zijn 
  • te relativeren 
  • verantwoordelijkheid te dragen 
  • eerlijk te zijn 
  • op te komen voor zichzelf en voor anderen 
  • conflicten geweldloos op te lossen 
  • betrouwbaar te zijn 
  • weerbaar te zijn 
  • dienstvaardig te zijn 
  • communicatieve vaardigheid te verwerven 
  • luister- en spreekvaardigheid te ontwikkelen 
  • samen te werken met anderen 
  • respect te hebben voor het eigen leefmilieu 
  • afspraken mee op te stellen en na te komen 
  • respect te hebben voor de persoonlijkheid van anderen 
  • leiding te kunnen en te durven nemen 
  • vertrouwen te hebben in zichzelf.

Creativiteit

De school hecht veel belang aan het creatieve in het kind. Naast een volwaardige plaats voor het leergebied muzische vorming, staan wij een creatieve ingesteldheid van leraars en leerlingen voor in opvoeding én in onderwijs.

Kinderen zijn creatief als ze zich op een persoonlijke wijze kunnen uiten of voor een probleem een persoonlijke oplossing kunnen bedenken.

Creativiteit wordt ontwikkeld in het leergebied muzische vorming. Beschouwen en ontwerpen zijn er de twee draagpunten van. Kinderen leren enerzijds gericht waarnemen en anderzijds geschikte technieken om creaties te verwezenlijken.

Creatief zijn kan eveneens een levenshouding zijn.
Daarom willen we een sfeer scheppen waarin de creativiteit optimaal kansen krijgt. Dat is:

  • de ruimte geven om eigen wegen te gaan
  • de ruimte laten hun werk min of meer zelf te plannen
  • aanmoedigen om zoveel mogelijk zelf taken op te lossen
  • zelf oplossingen laten bedenken voor allerlei problemen

De ingesteldheid van de leraar, die kinderen stimuleert creatief te zijn, die openstaat voor de cultuur en die een creatieve klasomgeving creërt, is daarvoor essentieel.

Het jaarlijks weerkerende CREATA-project is een uiting van dit creatieve schoolklimaat. CREATA (Creatiefje) is een projectweek rond een muzisch of maatschappelijk thema dat afgesloten wordt met een publieke voorstelling waarbij alle kinderen voor het voetlicht kunnen treden. Meer info op de site!

Eindtermen en ontwikkelingsdoelen

Ontwikkelingsdoelen vormen de basis waarop in de kleuterklas wordt gewerkt. We streven ernaar dat zoveel mogelijk prikkels worden aangeboden zodat de kleuters maximaal kunnen ontwikkelen en zo voorbereid zijn voor het lager onderwijs.

Eindtermen zijn doelen die tegen het einde van de lagere school moeten bereikt zijn (kennisdoelen) of nagestreefd (houdingsdoelen en vaardigheden).

De Andreas Vesaliusschool kiest voor een onderwijs dat beantwoordt aan de uitgangspunten van de eindtermen. Ze baseert haar onderwijsdoelen op de leerplannen die opgesteld zijn door de koepel van het gemeentelijk onderwijs (OVSG).

We waarborgen onze leerlingen optimale kansen in het vervolgonderwijs. We volgen jaarlijks de resultaten van onze afgestudeerde leerlingen. Na overleg met de secundaire scholen waar de meeste van onze leerlingen les volgen, kunnen er bijkomende onderwijsdoelen in het schoolwerkplan worden ingeschreven.

De Andreas Vesaliusschool is enthousiast over de meerwaarde die de uitgangspunten van de eindtermen voor de opvoeding en het onderwijs van de kinderen betekenen. Wij staan volmondig achter deze uitgangspunten en willen er alles aan doen om:

  • kinderen een positief zelfbeeld te bezorgen
  • kinderen te motiveren
  • kinderen te stimuleren tot initiatief
  • kinderen veel gelegenheid te geven tot communiceren en spreken.